Faillissementswet (FW)


Artikel 58 1 De curator kan de pand- en hypotheekhouders een redelijke termijn stellen om tot uitoefening van hun rechten overeenkomstig het vorige artikel over te gaan. Heeft de pand- of hypotheekhouder het onderpand niet binnen deze termijn verkocht, dan kan de curator de goederen opeisen en met toepassing van de artikelen 101 of 176 verkopen, onverminderd het recht van de pand- en hypotheekhouders op de opbrengst. De rechter-commissaris is bevoegd de termijn op verzoek van de pand- of hypotheekhouder een of meer malen te verlengen.
2 De curator kan een met pand of hypotheek bezwaard goed tot op het tijdstip van de verkoop lossen tegen voldoening van hetgeen waarvoor het pand- of hypotheekrecht tot zekerheid strekt, alsmede van de reeds gemaakte kosten van executie.

Wijzigingen

Datum Betreft Bekendmaking Kamerdossier Memorie van toelichting
01-12-2005 tekstplaatsing-wijziging Stb 2005 600 (pdf)
01-01-1992 nieuw Stb 1986 295 (pdf) 16593 MvT (pdf)
Stb 1991 602 (pdf)
01-01-1992 vervallen Stb 1986 295 (pdf) 16593 MvT (pdf)
26-06-1971 wijziging Stb 1971 397 (pdf) 1162 MvT (pdf)
18-02-1926 wijziging Stb 1925 445
01-09-1896 nieuwe-regeling Stb 1893 140