Faillissementswet (FW)


Artikel 57 1 Pand- en hypotheekhouders kunnen hun recht uitoefenen, alsof er geen faillissement was.
2 Bij de verdeling kunnen uit eigen hoofde mede de beperkt gerechtigden opkomen, wier recht vóór de faillietverklaring was gevestigd, maar door de executie door een pand- of hypotheekhouder is vervallen, voor hun recht op schadevergoeding, bedoeld in artikel 282 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
3 Bij de verdeling van de opbrengst oefent de curator ten behoeve van de boedel mede de rechten uit, die de wet aan beslagleggers op het goed toekent. Hij is gehouden mede de belangen te behartigen van de bevoorrechte schuldeisers die in rang boven de voormelde pand- en hypotheekhouders en beperkt gerechtigden gaan.
4 Zo een rangregeling nodig is, wordt deze verzocht aan de voorzieningenrechter van de rechtbank waarvan de rechter-commissaris in het faillissement lid is. De verdeling geschiedt ten overstaan van deze rechter-commissaris op de wijze voorgeschreven in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Wijzigingen

Datum Betreft Bekendmaking Kamerdossier Memorie van toelichting
01-12-2005 tekstplaatsing-wijziging Stb 2005 600 (pdf)
01-01-2002 wijziging Stb 2001 584 (pdf) 27878 MvT (web) MvT (pdf)
01-01-1992 nieuw Stb 1986 295 (pdf) 16593 MvT (pdf)
Stb 1991 602 (pdf)
01-01-1992 vervallen Stb 1986 295 (pdf) 16593 MvT (pdf)
01-09-1896 nieuwe-regeling Stb 1893 140