Faillissementswet (FW)


Artikel 257 1 De indiening der schuldvorderingen geschiedt bij de bewindvoerders door de overlegging ener rekening of andere schriftelijke verklaring, aangevende de aard en het bedrag der vordering, vergezeld van de bewijsstukken of een afschrift daarvan.
2 Vorderingen, ten aanzien waarvan de surseance niet werkt, komen voor indiening niet in aanmerking. Heeft nochtans indiening plaats gehad, dan werkt de surseance ook ten aanzien van die vorderingen en gaat een aan de vordering verbonden voorrecht, retentierecht, pandrecht of hypotheek verloren. Een en ander geldt niet voor zover de vordering vóór de aanvang der stemming wordt teruggenomen.
3 De schuldeisers zijn bevoegd van de bewindvoerders een ontvangbewijs te vorderen.

Wijzigingen

Datum Betreft Bekendmaking Kamerdossier Memorie van toelichting
01-12-2005 tekstplaatsing-wijziging Stb 2005 600 (pdf)
01-01-1992 wijziging Stb 1986 295 (pdf) 16593 MvT (pdf)
Stb 1991 602 (pdf)
16-03-1935 nieuw Stb 1935 41