Burgerlijk Wetboek Boek 7 (BW)


Artikel 134 1 De overeenkomst van pandbelening wordt op papier of op een andere duurzame drager aangegaan. Het pandhuis verstrekt de pandbelener een exemplaar van de overeenkomst van pandbelening en behoudt zelf ook een exemplaar.
2 In de overeenkomst van pandbelening worden op duidelijke en beknopte wijze vermeld:
a. de identiteit en geografische adressen van de pandbelener en het pandhuis en van de eventueel opgetreden tussenpersoon;
b. een omschrijving van de beleende zaak;
c. de aan de pandbelener ter beschikking gestelde geldsom;
d. de lengte van de beleentermijn;
e. het beding bedoeld in artikel 130 lid 1 onder a dan wel het beding bedoeld in artikel 130 lid 1 onder b;
f. de pandbeleningsvergoeding per maand, uitgedrukt in een percentage van de ter beschikking gestelde geldsom, en de wijze waarop deze vergoeding berekend is;
g. het totale bedrag dat de pandbelener binnen de beleentermijn moet betalen om recht op teruggave van de zaak te hebben, uitgaande van voldoening van dat bedrag op de laatste dag van de beleentermijn en met aanduiding van de wijze waarop dat bedrag bij eerdere voldoening wordt berekend;
h. de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de beleentermijn kan worden verlengd;
i. het recht van de pandbelener op onverwijlde afgifte bedoeld in artikel 135 lid 2;
j. de verdere voorwaarden die op de overeenkomst van toepassing zijn.

Wijzigingen

Datum Betreft Bekendmaking Kamerdossier Memorie van toelichting
01-07-2014 nieuw Stb 2013 350 (pdf) 33334 MvT (web) MvT (pdf)